Pieterburen was gisteren de finishplaats in een wel heel bijzondere tocht van Richard van der Werff. De hardloper uit Usquert had in twaalf dagen tijd rennend het Pieterpad afgelegd, de bekende route tussen de Pietersberg en Pieterburen. Begonnen op zaterdag 24 september, werd hij na zijn slordige vijfhonderd kilometer enthousiast opgewacht door familie en collega-hardlopers van de Uithuizermeeder loopgroep Eemsmond Runners.

'Het was super, ik kan niet anders zeggen,' kijkt Van der Werff terug. 'Alles wat ik me ervan had voorgesteld is uitgekomen. Je komt het hele land door en je ziet daar al die landschappen. Elk stukje Nederland heeft toch z'n eigen karakter. Vanaf Maastricht en later vlak voor Gennep en in de buurt van Nijmegen heb ik genoten van de heuvels. Bij Groesbeek was er de Canadese begraafplaats en bij Dalen een Joodse, met een monument en één enkele grafsteen. Zondagmiddag regende het behoorlijk, toen heb ik even een stuk muziek opgezet. Maar eergisteren liep ik op de route van Sleen naar Rolde weer heerlijk in het bos, op zich al geweldig, en toen kwam er opeens dat helblauwe meer, het Nije Hemelriek, met een bijna volledige regenboog erboven. Gisteren het Balloërveld, een stuk Drentse Aa, en vandaag de Stad door. Ja, je ziet ook volkomen karakterloze dorpjes die na de oorlog uit de grond gestampt zijn, maar dat hoort er even goed bij. Ik heb reeën gezien, een specht op zijn boom zien hameren, en een ijsvogeltje. Dat zijn geluksmomenten.'

Een jaar of tien geleden was het idee ontstaan, toen Van der Werff samen met zijn moeder de tocht van noord naar zuid deed, wandelend en verspreid over een periode van enkele jaren. 'Het zou leuk zijn dat ooit een keer te rennen,' bedacht de ervaren hardloper toen, 'maar dan de andere kant op en achter elkaar door.' Het idee zat al een tijd in zijn hoofd toen hij deze zomer de voorbereidingen begon. 'Ik rende altijd al wel drie keer per week, maar in de vakantie heb ik regelmatig meerdere dagen achtereen gelopen en ook wel twee keer op een dag. En ik heb het langzamere lopen getraind. Eenmaal onderweg heb ik ook echt niet altijd maar doorgerend hoor. Ik vind genieten heel belangrijk. Ik ben af en toe bewust gaan wandelen, of gestopt om foto's te maken of andere mensen te spreken. Je ziet ze lopen met zo'n routeboekje en dan maak je al gauw een praatje: "wat doe jij vandaag?", "waar kom jij vandaan?"'
Van der Werff liep met alleen een klein rugzakje met wat water en speciale energierijke voeding. Hij had de route geprogrammeerd in een hardloophorloge dat bij verkeerd lopen een geluidssignaal gaf, en kon bovendien gebruik maken van kaarten in zijn mobiele telefoon. De loopdag bestond uit twee etappes, met er tussenin een pauze, op een afgesproken mooi plekje waar zijn ouders klaar stonden met de camper en een broodje. 'Dat breekt de afstand in tweeën, zodat je kunt focussen op een halve marathon, dat is makkelijker dan een hele. Er heeft ook nog eens een nichtje van mij vijfentwintig kilometer meegerend. Zo kan je tegen iemand aanpraten, ideaal. Natuurlijk waren er momenten waarop het zwaar was, maar een gevoel van "waar ben ik aan begonnen?" heb ik nooit gehad. Mijn bovenbenen, daar trok wel een soort stijfheid in. Ik masseerde ze, en mijn moeder deed dat ook bijna elke dag. De volgende dag had ik nooit ergens last van. Het is een bijzondere ervaring, te zien wat je lichaam eigenlijk allemaal kan. Ik heb ook gewoon veel mazzel met zulke ouders als ik heb.'

En de volgende uitdaging? Van der Werff moet even nadenken. 'Geen heel wilde dingen,' antwoordt hij dan, en noemt de Berenloop, die in november plaatsvindt op Terschelling en die als een van de zwaarste marathons van Nederland geldt. Maar 'dat echte ultralopen, honderd en tweehonderd kilometer enzo, ik heb er wel eens over gedacht, maar ik vind het niet leuk, geloof ik. Is dat nog wel menselijk?'

20161005 Richardmetkinderen fotoAnnekeKrijger