Samen koken en eten in dorpshuis Usquert

Noorderkrant 14 november 2019.

 

 

Het ruikt al heerlijk, wanneer steeds meer mensen aanschuiven in het dorpshuis van Usquert. Zo’n veertig eters zitten uiteindelijk gezellig pratend aan gedekte tafels. Ondertussen zijn de vijf leden van Kook- en eetclub Usquert klaar om op te scheppen: hachee met rode kool en aardappelpuree. Ook staat er zelfgemaakte appelmoes. “Is daar nog wat appelmoes over?” vraagt een liefhebber.

Iedereen moet eten

Iedereen moet eten, dus waarom dan niet gezellig met elkaar, is de achterliggende gedachte. De kook- en eetclub als laagdrempelige remedie tegen eenzaamheid. In eerste instantie gericht op alleenstaanden en ouderen, maar ook andere gasten zijn welkom. Om te helpen bij het koken of bijvoorbeeld tafel dekken en afruimen, of om gewoon aan te schuiven voor een gezonde en betaalbare maaltijd. Je komt de deur uit, ontmoet dorpsgenoten, doet misschien nieuwe contacten op. Tijdens het eten maak je makkelijk een praatje.

Best spannend

Het is de vierde gezamenlijke maaltijd. „Die eerste keer was best spannend,” vertellen initiatiefnemers Betsy Post en Antje Meijer. Ze keken de kunst af in Uithuizen en zetten het samen met Marian en Anton Spoelman op poten in Usquert. Ook Greetje de Rouw sloot zich aan. Dat ze Anton Spoelman vroegen was niet toevallig: hij is gepensioneerd kok. En toch: zou het lukken om te koken voor een grote groep? En zouden zich daadwerkelijk gasten aanmelden?

De kookgroep is weliswaar inventief in het laag houden van de kosten. Anton Spoelman laat servies, bestek, kookgerei en pannen zien die ze kregen of tweedehands kochten. De slager in Usquert geeft korting en boeren uit de omgeving zijn goedgeefs, deze keer met aardappelen, uien en appels. „We zijn twee dagen geleden alvast begonnen met schillen,” zegt Greetje de Rouw. Maar geschikte keukenapparatuur aanschaffen - de keuken in het dorpshuis was niet berekend op zoveel eters - lag toch echt buiten bereik. De eerste keren kookten ze daarom bij Anton en Marian Spoelman thuis.

Anton: „We brachten het eten naar het dorpshuis en warmden het daar op.” Ondanks het kunst- en vliegwerk was het meteen een succes.

Nieuwe apparatuur

De voorzitter van het dorpshuis, Jacob Jansen, heeft vervolgens geholpen bij het keukenprobleem. Hij vroeg financiering aan en zo kon, met hulp van Gemeente Het Hogeland, Loket Leefbaarheid en het NAM Leefbaarheid en Duurzaamheid Programma, apparatuur met vier grote pitten en een grote (warmhoud)oven worden geïnstalleerd. Ze gebruiken het voor de tweede keer. De kok roerde tevreden in de pannen; de kookclub kan nu wel iedere maand op de agenda. „Na de vorige keer is een aparte elektriciteitsgroep aangelegd voor de oven,” lacht Antje Meijer. „De stoppen waren doorgeslagen.”

Het warme maal heeft prima gesmaakt. Al zijn sommige gasten elke keer geweest, aan vaste plekken doen ze niet. „En veel echtparen zitten niet naast elkaar,” zegt Betsy Post. „Zo praat ik ook eens met iemand anders,” beaamt een bezoekster met een knipoog. Een nostalgisch toetje roept enthousiaste reacties op: saroma, al heet het nu anders. „Dat heb ik al 25 jaar niet gehad!”

Cecile Huitenga